Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
3 Belgen
Ad Petersen
Annet van de Elzen
Arnoud de Blauw
Beelden
Biezen
Birgitt van Bracht
De Muzen
De Verbeelding
Eindexamenwerk St.Joost
Engels design
Fotografica
Frans Kerkhoff
Franse schilderkunst
Gaby Bovelander
Henk Klok
Herman Gordijn
Het sublieme gemis
Jan Fabre
Jan Hoet
Jan Hoet 2
Jan Hoet 3
Jean-Michel Alberola
Jean-Pierre Caumiant
Jeroen Bechtold
Jeroen Doorenweerd
Johan Clarysse
Jon Marten
Kees Mol
KunstRAI 1993
Leon Adriaans
Lotti van der Gaag
MUHKA
Marcel Maeyer
Martien de Visser
Middelheim
Miquel Barcelo
Mireille van 't Hoff
Miriam Slaats
NBKS 1
NBKS 2
Open Ateliers
Pieter Ouborg
Rick Koren
Right of Speech
Robert Wilson
Rosemarie Trockel
Signmar Polke
Textielmuseum
Thijs van Kimmenade
Tine van de Weyer en Bert Poulisse
USA Today
Vormen van sculptuur
Vrij Spel
Willem Pak Fo Tjon
Wim Claessen
Wim Schuetz
Witte de With
Wolfgang Laib
Wolfslaar
Yvon Ne
Zoersel







Expo beelden van Frans Kerkhoff bij Galerie De Verbeelding, 29 augustus - 26 september 1993 Frans Kerkhoff Beeldhouwkunst begint voor Frans Kerkhoff bij de boom. De boom die hem zijn materiaal levert, de boom die hij verzaagt, waar hij uit hakt. De boom die onderworpen wordt aan de hand, aan het oog en aan de geest van de beeldhouwer. Die voegt aan die elementaire vorm uit de natuur zijn eigen idee, zijn cultuur, toe en schept iets nieuws uit oud materiaal. Maar wat Kerkhoff ook allemaal doet met de boomstammen, altijd blijft de stam als vorm zichtbaar. Nergens in zijn arbeid als beeldhouwer verliest hij de oervorm uit het oog. En soms is die arbeid ingewikkeld. Althans, ze levert vormen op die ingewikkeld schijnen. Die oervorm, dat is de stam waar de kunstenaar een materieel gevecht mee aangaat met alle middelen die hem ten dienste staan. De dwingendste van die instrumenten zijn natuurlijk de cirkelzaag en de kettingzaag. Maar door altijd weer die beginvorm zichtbaar te maken is het alsof de beeldhouwer na al zijn arbeid en gevecht zich neerlegt bij de boom en dus zijn grote respect toont. De manier waarop Kerkhoff zijn materiaal bewerkt is interessant. Hij zaagt de stam in planken en monteert die weer aan elkaar maar dan wel met een zelfde open ruimte tussen de planken. Hij heeft de stam dus letterlijk opengewerkt. Hij heeft licht en lucht in het hout gebracht en tegelijk de stam zijn vorm gelaten. Voor hij het hout verticaal ging doorzagen heeft hij aan de buitenkant hier en daar wat schors en hout weggehaald. Het mooie effect daarvan is dat de fijne tekening van het hout de ruwe huid die de schors tenslotte is, afwisselt. Het is alsof hij de ziel van de boom bloot legt. Alsof hij de boom een nieuwe binnenkant en een nieuwe buitenkant geeft. De mooiste beelden zijn de eenvoudigste. Een rechtopstaande, opengewerkte stam waar hij grove, oude nagels in geslagen heeft, nagels zoals je die nog tegenkomt in het gebinte van een eeuwenoude boerderij. Het lijkt wel een totem, een eerbetoon aan de oude timmerman die met hout en nagels de mens een dak boven het hoofd bouwde. De afgebeelde drie beelden hebben eenzelfde eenvoud. Drie golven die met ruw kapwerk uit de stam gehaald zijn, vervolgens aan de voorzijde blauw geschilderd zijn en tenslotte voorzien van een primitief bootvormpje. Waar het hout de referentie mist naar de natuur, de eenvoud mist dus, zijn de beelden ook vervelend. In die beelden is het hout door en door bewerkt tot kunstige, gladde vormen die, op elkaar gemonteerd, bij voorbeeld een soort toren van Babel vormen. Dan is het beeldhouwen een uiting van handvaardigheid: weinig beeldkracht, weinig sprekend. Galerie De Verbeelding, Klokkenstraat 12, Baarle-Nassau, tot 27 september