Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
3 Belgen
Ad Petersen
Annet van de Elzen
Arnoud de Blauw
Beelden
Biezen
Birgitt van Bracht
De Muzen
De Verbeelding
Eindexamenwerk St.Joost
Engels design
Fotografica
Frans Kerkhoff
Franse schilderkunst
Gaby Bovelander
Henk Klok
Herman Gordijn
Het sublieme gemis
Jan Fabre
Jan Hoet
Jan Hoet 2
Jan Hoet 3
Jean-Michel Alberola
Jean-Pierre Caumiant
Jeroen Bechtold
Jeroen Doorenweerd
Johan Clarysse
Jon Marten
Kees Mol
KunstRAI 1993
Leon Adriaans
Lotti van der Gaag
MUHKA
Marcel Maeyer
Martien de Visser
Middelheim
Miquel Barcelo
Mireille van 't Hoff
Miriam Slaats
NBKS 1
NBKS 2
Open Ateliers
Pieter Ouborg
Rick Koren
Right of Speech
Robert Wilson
Rosemarie Trockel
Signmar Polke
Textielmuseum
Thijs van Kimmenade
Tine van de Weyer en Bert Poulisse
USA Today
Vormen van sculptuur
Vrij Spel
Willem Pak Fo Tjon
Wim Claessen
Wim Schuetz
Witte de With
Wolfgang Laib
Wolfslaar
Yvon Ne
Zoersel







Expo Franse schilderkunst uit Nederlands bezit, 1600-1800, Boymans-van Beuningen, 15 januarit/m 7 maart 1993 Franse schilderkunst De hoeveelheid Franse schilderijen uit de periode 1600 - 1800 die zich in openbare collecties in Nederland bevinden, is opvallend klein. Het gaat om ongeveer 100 stuks waarvan er nu 48 te zien zijn in museum Boymans-van Beuningen. Dat museum heeft zelf een relatief groot aantal doeken van Franse schilders uit die periode, de rest bestaat uit bruiklenen. Het museum heeft eerder, in 1989, een overzicht gegeven van wat er zich in Nederland bevindt aan Italiaanse kunst uit dezelfde periode, onder de titel Van Titiaan tot Tiepolo. Wat toen zo verraste was de hoge kwaliteit, en dat is, naar ik meen, nu duidelijk minder. Er zijn natuurlijk enkele schitterende doeken bij zoals die van Claude Lorrain en van Gaspard Dughet. Maar wat vooral opvalt is dat het Classicisme in de Franse kunst, een stroming uit de 17e eeuw die een grote invloed heeft gehad op de Nederlandse cultuur in de laat-17e en 18e eeuw, volkomen ontbreekt. En dat de grootse schilderingen van heroische eedverbonden die de tweede helft van de Franse 18e eeuw domineerden, zoals die van David en Vien, niet voorkomen in Nederlandes collecties. Wat op deze tentoonstelling ruim vertegenwoordigd is, dat is het stilleven, een zeer Nederlands genre in wezen. En die vaststelling leidt ons direct naar de smaak van de verzamelaars die de doeken hebben gekocht en die natuurlijk zich minder gelegen lieten liggen aan een kunsthistorisch overzicht dan aan hun eigen voorkeur. Daar komt nog bij dat het vooral verzamelaars zijn geweest uit de twintigste eeuw als de Rotterdamse industrieel Van Beuningen, die de schilderijen heeft gekocht van Chardin, Watteau en Boucher, topstukken die in de villa van de collectioneur niet verder kwamen dan de slaapkamer van zijn vrouw. De kleine stillevens van Chardin zijn juwelen. Sober, zeker in vergelijking met de Nederlanse voorbeelden uit de 17e eeuw, eenvoudig voedsel en huisraad in een rijke belichting. Maar zonder enige symbolische bedoeling. De stillevens van Chardin tonen een gevoel voor de stoffelijke waarde van de dingen dat uitmondt in het realisme en impressionisme van de 19e eeuw.. De Franse schilderkunst uit Nederlands bezit tot 7 maart in Museum Boymans-van Beuningen.