Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
3 Belgen
Ad Petersen
Annet van de Elzen
Arnoud de Blauw
Beelden
Biezen
Birgitt van Bracht
De Muzen
De Verbeelding
Eindexamenwerk St.Joost
Engels design
Fotografica
Frans Kerkhoff
Franse schilderkunst
Gaby Bovelander
Henk Klok
Herman Gordijn
Het sublieme gemis
Jan Fabre
Jan Hoet
Jan Hoet 2
Jan Hoet 3
Jean-Michel Alberola
Jean-Pierre Caumiant
Jeroen Bechtold
Jeroen Doorenweerd
Johan Clarysse
Jon Marten
Kees Mol
KunstRAI 1993
Leon Adriaans
Lotti van der Gaag
MUHKA
Marcel Maeyer
Martien de Visser
Middelheim
Miquel Barcelo
Mireille van 't Hoff
Miriam Slaats
NBKS 1
NBKS 2
Open Ateliers
Pieter Ouborg
Rick Koren
Right of Speech
Robert Wilson
Rosemarie Trockel
Signmar Polke
Textielmuseum
Thijs van Kimmenade
Tine van de Weyer en Bert Poulisse
USA Today
Vormen van sculptuur
Vrij Spel
Willem Pak Fo Tjon
Wim Claessen
Wim Schuetz
Witte de With
Wolfgang Laib
Wolfslaar
Yvon Ne
Zoersel







Schilderijen en werken op papier over Het Lijden van Jean-Michel Alberola in De Pont, 4 sept t/m 9 jan 1994
In De Pont in Tilburg exposeert de Fransman Jean-Michel Alberola ruim 100 werken op papier die de kruisiging verbeelden. Het werk is van recente datum en is eerder dit jaar tentoongesteld in Centre Pompidou in Parijs.
Alberola (Algerije, 1953) schildert het oudste beeld uit onze christelijke cultuur: het lijden, zoals dat zichtbare vorm heeft gekregen in het gekruisigde lichaam. Het kruis dat het einde markeert van de menselijke en dus zichtbare gedaante van Christus, de uiterste metamorfose. Op rituele manier houdt het katholieke geloof die gedaanteverandering in herinnering door het brood en wijn te doen veranderen in het lichaam en bloed van de lijdende Christus. Alles wat wij onder lijden kunnen verstaan wordt samengevat in dat ene beeld, het kruis, een universeel teken dat het diepst verankerd is in onze cultuur. Het is vooral het katholieke ritueel dat als geen ander dat grote lijden veruitwendigd heeft en daar dus tal van concrete en herkenbare vormen voor heeft gevonden. De gedachtenis aan Goede Vrijdag, het kruisbeeld met de passiewerktuigen, het martelaarschap en al die andere beelden die de mens het lijden zo dichtbij brengen, bijna grijpbaar maken zelfs. Dat is de bron waaruit Alberola put, het katholieke geloof als plaats bij uitstek van de schilderkunst. Dat geloof is voor hem in de eerste plaats een taal van beelden waarin hij zich het gemakkelijkst uitdrukt omdat het de taal is die hij het eerst heeft geleerd. Alberola schildert en tekent de gekruisigde Christus op soms schitterende manier.
Hij laat het beeld van de lijdende Christus uiteen vallen in tal van aspecten van het lijden. Een voet met het het spijkergat, de gekromde vingers, een ampul met bloed, het stervende lichaam dat alleen nog maar hangt. De voet met stigma staat voor het geheel van het goddelijke lichaam en werkt dus net als al die andere vormen als een pars pro toto. Alberola laat het lijden uiteenvallen in vormen die de schilderkunstige en tekenkunstige aandacht opeisen. Aandacht voor de rechterhand waarmee hij tekent, aandacht voor de linkerhand waarmee hij een insnijding maakt. En niet te vergeten de aandacht voor het perkamentpapier waarop de verf schitterend vloeit. Op de tentoonstelling hangen naast elkaar twee grote werken op papier, voorstellende studies van het lichaam van Christus. Op dat mooie lichtbruine papier worden de schilderachtige contouren zichtbaar van de gekruisigde en de doek van Veronica en daaroverheen, in houtskool, het stromende bloed, een ampul en een tak. Met groot gevoel voor schoonheid geschilderd en getekend.
Maar, we hebben het nog steeds over lijden. En het zou moeten gaan over angst, ontzetting, pijn, schuld, ingredienten van het lijden waarvan de dood van Christus de metafoor is. Maar het gaat hier over het lijden van Jean-Michel Alberola en dat heeft iets sensueels. Lijden wordt in zijn schilderkunstige behandeling van een aanraakbare schoonheid en dat is aanstootgevend. In onze christelijke cultuur schamen we ons voor lijden en roept lijden vanzelf de vraag naar schuld op. Dat alles is althans de conventie. Alberola exploreert in de schildering van de kruisiging een oud en sterk beeld. Maar hij blijft steken in de vorm. Hij geeft het uiterlijk van het gekruisigde lichaam weer maar dringt niet door in het lijden zelf. Hij tekent het lijden maar roept het niet op, hij maakt het niet voelbaar. Kijken naar het werk van Alberola brengt een schoonheidservaring teweeg, maar blijft verre van huivering en ontzetting. Het beeld van het lijden is in handen van Alberola een ikoon, een vast beeld. Het beeld is tot een vorm gestold die wij in onze riten gebruiken.
Alberola verwijst in zijn uitspraken naar Auschwitz, de levende herinnering waarin lijden en dood van onze eigen tijd samenvallen. Auschwitz is een breuk, een versplintering van een mensbeeld en als zodanig een herhaling van de kruisdood. Maar wat Alberola in woord zegt is iets anders dan wat hij in schildersdaad oproept. Bij iemand als Francis Bacon heeft het lijden wel dat gruwelijke gezicht gekregen. Bacon schilderde de verlamde en verscheurde mens, de mens in ontzetting en angst, het lijden van de eigentijdse mens. Geplaatst in een abstracte, lege ruimte die isoleert en daardoor ook verhevigt, die het lijden in essentie vast legt. Daarmee overstijgt zo'n beeld zijn eigen tijdelijkheid en wordt iets van alle tijden. Jean-Michel Alberola houdt de ruimte concreet; hij verbindt het lijden aan een bepaalde vorm en een bepaalde ruimte en beperkt darmee de betekenis.
Het lijden moet deel zijn van jezelf, het moet een zelf gevoelde pijn zijn die tot razernij voert. Lijden moet je willen, bij wijze van spreken. Maar lijden bij Albverola wordt schoonheid, en in die gedaante zelfs begerenswaard.

De Pont, Wilhelminapark 1, Tilburg, tot 10 januari 1994.