Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
3 Belgen
Ad Petersen
Annet van de Elzen
Arnoud de Blauw
Beelden
Biezen
Birgitt van Bracht
De Muzen
De Verbeelding
Eindexamenwerk St.Joost
Engels design
Fotografica
Frans Kerkhoff
Franse schilderkunst
Gaby Bovelander
Henk Klok
Herman Gordijn
Het sublieme gemis
Jan Fabre
Jan Hoet
Jan Hoet 2
Jan Hoet 3
Jean-Michel Alberola
Jean-Pierre Caumiant
Jeroen Bechtold
Jeroen Doorenweerd
Johan Clarysse
Jon Marten
Kees Mol
KunstRAI 1993
Leon Adriaans
Lotti van der Gaag
MUHKA
Marcel Maeyer
Martien de Visser
Middelheim
Miquel Barcelo
Mireille van 't Hoff
Miriam Slaats
NBKS 1
NBKS 2
Open Ateliers
Pieter Ouborg
Rick Koren
Right of Speech
Robert Wilson
Rosemarie Trockel
Signmar Polke
Textielmuseum
Thijs van Kimmenade
Tine van de Weyer en Bert Poulisse
USA Today
Vormen van sculptuur
Vrij Spel
Willem Pak Fo Tjon
Wim Claessen
Wim Schuetz
Witte de With
Wolfgang Laib
Wolfslaar
Yvon Ne
Zoersel







KunstRAI 1993, 2 - 6 juni 1993 Vluchtigheid regeert op de KunstRAI De KunstRAI, de negende editie alweer, is de plaats waar de markt van de hedendaagse kunst zichtbaar wordt. Daar is het dat kunstenaars, galeriehouders, critici en kopers elkaar ontmoeten, in vijf dagen tijd, in een grote hal in het RAI-complex. "Een jamboree" noemde Rudy Fuchs van het Stedelijk Museum de KunstRAI in zijn openingstoespraak. En inderdaad, naast het beoogde commerciele belang, is er ook sprake van een uitgelaten manifestatie waar iedereen naar iedereen kijkt en zijn best doet om gezien te worden. De wereld van de beeldende kunst in Nederland is klein, zowel naar financiele reikwijdte als naar artistieke betekenis. Er zijn nu 77 Nederlandse galeries aanwezig en 12 buitenlandse en die geven een redelijk overzicht van wat er zich aan ontwikkelingen op de Nederlandse markt voordoet. En dat is niet veel. Het beeld dat de KunstRAI van de vorige jaren opleverde is in wezen ongewijzigd gebleven. Daar zijn geen artistieke veranderingen van beduidende kwaliteit bij gekomen. Dezelfde namen, dezelfde soorten werk. Er is een grote diversiteit aan middelmatige kwaliteit, zonder dat van een dominante stijl of opvatting sprake is. Het actuele beeld van de Nederlandse kunst is dat van een bonte verzameling eenlingen, die weinig onderlinge relatie vertonen. Wat ontbreekt is een overeenkomst in denken en verbeelding die voert naar verdieping en bijgevolg naar inhoudelijk overtuigender kunst. Veel van wat nu te zien is, is luchtig en oppervlakkig. Daarbij valt op, dat een aantal belangrijke individuele kunstenaars die de de afgelopen jaren internationaal sterk de aandacht hebben getrokken, afwezig zijn: Marlene Dumas, Fortuyn/O'Brien, Niek Kemps. Waar wel aanwezigen als Rob Scholte, Rene Daniels en Henk Visch verloren gaan in de veelheid van mindere goden. Het accent ligt sterk op betaalbare kunst, en daarmee lijken de galeries zich nadrukkelijk te richten op een breed publiek. Dat relatief lage prijsniveau is typisch voor de Nederlandse markt, niet alleen nu er sprake is van een economische recessie, dat was tien jaar geleden ook al zo. Men zou in Nederland schrikken van de prijzen die op de beurzen van Frankfurt en Keulen voor eigentijdse kunst gelden. Deze KunstRAI heeft een iets ander gezicht in vergelijking met vorig jaar. Het veel gewraakte beeldenplein in het centrum van de beurs is verdwenen. Verdwenen is ook de hoofdsponsor. Was het in 1992 De Lage Landen die zich als hoofdsponsor terug trok, dit jaar is het de firma Triple P. die ophoudt met de sponsoring van de beurs. De RAI zelf treedt nu als geldschieter op, een tijdelijke oplossing voor de smalle basis onder de KunstRAI. Nieuw is de ruimte voor bijzondere manifestaties die gelegenheid hebben gekregen zich te presenteren. Het doet deugd te zien hoe Breda Fotografica de kans heeft zich zo in het centrum van de kunstwereld te presenteren. Vorig jaar voor het eerst georganiseerd door De Beyerd, op verschillende lokaties in Breda. Dit jaar zal het internationale fotofestival plaats vinden van 6 juli t/m 19 september op 15 plaatsen in Breda. De twee hoofdthema's zullen zijn "Japanse fotografie in heden en verleden" en "Fotografie en computer". Nieuw zijn ook de solostands, extra presentatieruimtes voor individuele kunstenaars die door een speciale commissie zijn geselecteerd. Tot de uitverkorenen horen Hans van der Ban (Weteringgalerie) van wie centraal in het Ignatiusziekenhuis een beeld staat, en Ko Aarts van Galerie Steven Lingbeek in Arnhem. Aarts diende zich vorig jaar aan als een nieuw geluid, een van de weinige op de beurs, en werd op deze plaats uitvoerig besproken. Zijn talent is erkend; behalve in zijn solostand is zijn werk ook te zien in de stand van de Steendrukkerij uit Amsterdam, en zodoende is hij opvallend aanwezig. Maar wat minstens zo opvallend is, zijn recente werk ziet er eigenlijk hetzelfde uit als wat een jaar geleden wat bescheidener werd getoond. Een talent dat zich dus niet verder heeft verdiept en zich niet verder heeft ontwikkeld. Hetzelfde geldt Suzan Drummen die enkele jaren geleden met grote, perspectivischgemanipuleerde ruimtes enorm de aandacht trok en wier prijzen snel stegen. Wat ze nu toont is op dezelfde leest geschoeid, het blijft eenzelfde manier van schilderen die bij herkenning op een truc begint te lijken. Temidden van die golf aan luchtige kunst is er hier en daar ook stiller werk te zien, kunst die zich minder gemakkelijk geeft. Dat is bij voorbeeld het geval in Galerie Tom Molenaars uit Breda die abstract werk op papier toont van Piet Oosthoek. Rasters van kaarsrechte lijnen die verschillen in de afstand die ze tot elkaar hebben zodat een verschillende graad van dichtheid ontstaat. Het is het soort werk in de stijl van Jan Schoonhoven, met dit verschil dat Oosthoek de series van lijnen niet vrij uit de hand maakt. Het is werk op papier dat het moet hebben van aandacht en stilte, en niet van sensatie. De interessantste stand als het gaat om hedendaagse kunst van een grotere inhoud, is die van Galerie Ardi Poels uit Maastricht. Hier geen snelle KunstRAI-kunst maar objecten die een zeer eigen bestaan leiden, waarbij de vorm sterk gedicteerd wordt door een inhoud die tot beschouwing aanzet. Ardi Poels toont twee beelden van Thomas Gronfeld, vormen die puur plastisch zijn, waarvan het materiaal geabstraheerd is tot een idee zodat de vraag niet meer belangrijk is van welk materiaal het beeld precies gemaakt is. Zoals het ook niet meer relevant is de vraag te stellen naar de concrete betekenis van deze vorm. Een beeld van Gronfeld neemt een duidelijke en eigen plaats in in onze ruimte, terwijl het zich naar zijn concrete verschijning aan het aardse lijkt te onttrekken. Het beeld van de jonge Belg Ludwig Vandevelde stelt vlijmscherp de verhouding aan de orde tussen kunst als concrete weergave van de werkelijkheid en kunst als idee. Zijn beeld is een houten been, zwart geschilderd opdat de kijker niet automatisch dat wat hij ziet koppelt aan dat wat hij kent. Een mensenbeen ziet er immers zo niet uit. Toch kiest Vandevelde een ons bekend voorkomende vorm, juist om aan het idee te raken van het voorwerp als een waarde op zich zelf. Zo'n beeld onderzoekt de grens tussen werkelijkheid en verbeelding, het gebied bij uitstek van de kunst. De KunstRAI duurt tot en met zondag 6 juni 1993