Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
3 Belgen
Ad Petersen
Annet van de Elzen
Arnoud de Blauw
Beelden
Biezen
Birgitt van Bracht
De Muzen
De Verbeelding
Eindexamenwerk St.Joost
Engels design
Fotografica
Frans Kerkhoff
Franse schilderkunst
Gaby Bovelander
Henk Klok
Herman Gordijn
Het sublieme gemis
Jan Fabre
Jan Hoet
Jan Hoet 2
Jan Hoet 3
Jean-Michel Alberola
Jean-Pierre Caumiant
Jeroen Bechtold
Jeroen Doorenweerd
Johan Clarysse
Jon Marten
Kees Mol
KunstRAI 1993
Leon Adriaans
Lotti van der Gaag
MUHKA
Marcel Maeyer
Martien de Visser
Middelheim
Miquel Barcelo
Mireille van 't Hoff
Miriam Slaats
NBKS 1
NBKS 2
Open Ateliers
Pieter Ouborg
Rick Koren
Right of Speech
Robert Wilson
Rosemarie Trockel
Signmar Polke
Textielmuseum
Thijs van Kimmenade
Tine van de Weyer en Bert Poulisse
USA Today
Vormen van sculptuur
Vrij Spel
Willem Pak Fo Tjon
Wim Claessen
Wim Schuetz
Witte de With
Wolfgang Laib
Wolfslaar
Yvon Ne
Zoersel







Expo Lotti van der Gaag, schilderijen, tekeningen en beelden in Museum Boymans-van Beuningen, 17 jan t/m 28 februari 1993 Lotti van der Gaag Het is heel verrassend om het werk van Lotti van der Gaag, royaal bijeengebracht, in het museum te zien. Verrassend omdat haar tekeningen, die zo weinig getoond zijn, toch ook dat dat rauwe en tegelijk kinderlijk ontwapenende hebben waarmee Cobra vijftig jaar geleden shockeerde. Dat stempel leek verbleekt en afgesleten. De scheppingskracht van Karel Appel lijkt haar woede te hebben verloren, Corneille heeft zijn talent vooral te gelde gemaakt met illustraties, stropdassen en snelle zeefdrukken in grote oplages, van Constant, de meest geengageerde van de Cobraschilders, wordt al lang niks meer vernomen en Theo Wolvecamp is dood. De oerschreeuw in die gewild ongekunstelde, primitieve stijl leek verstomd. Maar ineens klinkt die weer, in museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. Lotti van der Gaag (1923) heeft het museum een schenking gedaan van ruim honderd tekeningen en enkele schilderijen. Een selectie uit die donatie, aangevuld met schilderijen uit de jaren zestig, de zogenaamde zwarte schilderijen, en bronzen beelden wordt nu geexposeerd. En dat is een laat eerbetoon aan iemand die in de voorbije jaren slechts mondjesmaat te zien is geweest. In 1950 ging ze in Parijs studeren bij de beeldhouwer Ossip Zadkine en voegde zich vervolgens bij de Cobra-beweging. Ze woonde in de Rue Santeuil, waar ook Appel, Corneille en andere Nederlandse kunstenaars hun atelier hadden. Alles hadden ze ervoor over, de biterste armoede, om maar in Parijs te kunnen werken waar een bevrijdend artistiek klimaat bestond. Uit die tijd dateert ook de vriendschap met de dichter Bert Schierbeek, bij wiens gedichten ze tekeningen maakte. Merkwaardig is het te zien dat Lotti van der Gaag zo op de achtergrond is gebleven, al die jaren. Terwijl zeker haar tekeningen uit de jaren vijftig alles hebben wat het vroege werk van de andere Cobrakunstenaars zo wereldberoemd en kostbaar heeft gemaakt. Maar Sandberg, de man die Cobra het Stedelijk binnen haalde en daarmee de kunstgeschiedenis tot een andere loop dwong, heeft haar links laten liggen en zelfs in de dissertatie van Willemijn Stokvis, toch een degelijk standaardwerk, is geen spoor van haar te vinden. De tentoonstelling laat tekeningen zien uit de jaren vijftig, schilderijen en tekeningen uit de jaren zestig en een twintigtal kleine beelden. Die vroege tekeningen grijpen het meest aan. Het zijn ongepolijste tekens die zich met luide schreeuw een bestaan veroveren. In een wereld, nog zo kort na de oorlog, waar niets meer vanzelf spreekt en zeker niet de zinvolheid van het menselijk bedrijf. In een tijd dat "de schoonheid haar gezicht verbrand heeft" (Lucebert) bekommert Lotti van der Gaag zich niet om de stijl van haar tekeningen. Ze zoekt de onbevangen wereld van het kind en laat van daaruit haar tekening geboren worden op papier, direct, snel en emotioneel. Met houtskool maakt ze dikke, korte lijnen die rechtstreeks uit de hand een vorm doen ontstaan. Mensen en dieren, verwonderd en nog onaangedaan door de verwringing van het volwassen leven. In de tekeningen uit de jaren zestig, die de verhouding tussen man en vrouw als thema hebben, hebben de schetsmatige houtskoolstreken zich aaneen gesmeed tot figuratieve lijnen. De voorstelling wordt meer helder en verhalend, de zon begint te schijnen, maar de rauwe emotie is verdwenen. Ineens worden het tekeningen die veel lijn nodig hebben om een vorm te maken en juist daardoor die overtuigende directheid missen van haar vroegste werk. Al meer dan veertig jaar werkt Lotti van der Gaag afwisselend in Parijs en Den Haag, gedreven door de obsessie van haar kunstenaarschap. Lotti van der Gaag tot 1 maart in Museum Boymans-van Beuningen, in Rotterdam.