Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
16 Kunstenaars uit Brabant
500 jaar Bouvigne
700 jaar beeldhouwkunst
A.r.t.-galerie
Alexander Schabracq
Alexej Von Jawlensky
Amerika
Andy Warhol
Anne Roorda
Arie de Groot
Auke de Vries
BOA
Bart van Hoek
Beelden in het Tongerlohuys
Birgitt van Bracht en Jan Vaes
Breda Fotografica
Carolein Smit
Cees van Gastel
Charles Clough
Charlotte van Pallandt
Crossing Over Changing Places
Cultureel Gekleurd
De Loods
De eigen tijd
Diana Rattray
Edwin Janssen
Edy de Wilde
Filia den Hollander
Frank Van den Broeck
Franse kunst
Franz Immoos
Galerie De Verbeelding
Galerie Kokon
Galerie Liesbeth Lips
George Steinmann
Ger Dekkers
Germinations
Gert Rietveld
Hans Klein Hofmeijer
Hans Mutsers
Helen Vergouwen
Jaap de Vries 2
Jack Poell
Jeff Wall
Joelle Tuerlinckx
Johan Claassen
John Baldessari
John van Gils
Jos Dirix
Karel Goudsblom
KunstRAI
MUHKA
Man Ray
Marijke Hooghwinkel
Martin van Vreden
Maud Verbruggen
Michael Ryan
NBKS
NBKS fotowerk
Nigel Kent
Orna Wertman
Paladino
Panamarenko
Park Middelheim
Paul Beckers
Peter Oosterbos
Philippe Cazal
Pjotr Mueller
Portretten uit de 17e eeuw
Quintijn van Eyk
Remko Schultheiss en Roel QoQo
Rene Magritte
Renee Rohr
Roman Cieslewicz
Roni Horn
Rotterdam in de jaren zestig
Simcha Roodenburg
Sjef Voets
St.-Joost
Teunn Nijkamp
Tom Molenaars
Tvadar Csontvary
Varia
Veronica Hustinx
Watt
Wereld op zolder
Willy Looyen
Wolfgang Laib
Wolfslaar
Zomer in Boymans







Een ander zicht op Wolfslaar Voor de tweede maal is park Wolfslaar in Breda in handen gegeven van beeldend kunstenaars. Vorig jaar organiseerde de stichting Fundament er de beeldententoonstelling Coulissen, dit jaar hebben veertien kunstenaars zich bezig gehouden met de waarneming van dit landschap. Het kader waarbinnen de beelden gemaakt en gekozen zijn heet Vista, wat letterlijk "uitzicht" betekent. En dat raakt de ziel van wat park Wolfslaar is. Een villa aan de rand van een grote, open vlakte waarin vijvers de oppervlakte breken, met daaromheen de bomen die als coulissen het toneel begrenzen. Overal waar je loopt, heb je uitzicht, heb je een doorkijk naar de andere kant. Die verbinding van grote openheid en beschutting, van landschap en park, maakt Wolfslaar tot een bijzondere plek. Wat vergeten aan de zuidoostkant van Breda, daar waar de stad overgaat in het platteland. Vanuit het idee van het uitzicht zijn de veertien betrokken kunstenaars aan het werk gegaan, op een manier die in enkele gevallen inderdaad de bezoeker dwingt anders te kijken naar de omgeving en dus naar zichzelf. De beste beelden gaan verder dan het uitzicht en zetten aan tot beleving en denken, tot een visie. Solitary visions, dynamic views De Belgische Ann Veronica Janssens (1956) heeft eigenlijk een kleine ingreep tot stand gebracht met verstrekkende dimensies. In een besloten hoekje, achter de half verwilderde of, zo men wil, half gerestaureerde kruidentuin heeft zij 20 platen spiegelglas op elkaar gelegd die elk 6 mm dik zijn en 1 bij 1 meter meten. De spiegellaag die zonder tussenkomst van een sokkel direkt op de aarde ligt, geeft een dubbel uitzicht. Het harde daglicht weerspiegelt vanuit een hoge hemel en tegelijk slaat het spiegelbeeld een gat in de grond. Het is een uitzicht naar twee tegengestelde kanten, in de hoogte en in schijn in de diepte. En afhankelijk van de positie die de kijker inneemt ten opzichte van de spiegel, verandert het beeld. De dynamiek van de kijker bepaalt de dynamiek van het uitzicht. Door zich in deze kleine ruimte te verplaatsen, verandert de kijker zijn blikveld. Hij neemt zo de hemel, de boomkruinen, het struikgewas en, in het uiterste geval, zichzelf waar. En elk ander beeld dat de spiegel hem levert, laadt hij op met een andere gedachte en met een andere gewaarwording. Dat is wat de ondertitel van de manifestatie: Vista - solitary visions,dynamic views bedoelt aan te raken. Elke "view", elk kijken, hoe verschillend ook, leidt tot een eigen, persoonlijke visie. Al kijkende verbinden wij onszelf met de buitenwereld die daarmee deel van onszelf wordt. En dat gebeurt heel letterlijk, als we ons vooroverbuigen en als Narcissus onszelf zien in de harde spiegel, tegen die achtergrond van die oneindige hemel. Dan wordt de enorme ruimte dichtbij gehaald en gevangen in dat ene beeld, van onszelf. In een spiegel van 1 bij 1 meter maakt Ann Veronica Janssens het idee zichtbaar dat aan deze manifestatie ten grondslag ligt. Vrouwenhoofden van hooi Aan de overzijde van de grote, groene moerasvlakte die zich uitrolt voor villa Wolfslaar heeft het Nederlandse collectief Patchwork een merkwaardig monument opgericht. Zeven hooimijten, op heuse ruiters gestapeld, die het als verzameling lijken op te nemen tegen de statige villa aan de ander kant. Een minilandschap dat kunstmatig is en tegelijk natuurljk en vanzelfsprekend oogt. Vanaf de top van de mijt golft een staart naar beneden, het land in. Elke staart van ander materiaal gevlochten en zodoende verschillend van kleur en van uitdrukking. Als je deze vormen benoemt als paardestaarten, dan worden de hooimijten vrouwenhoofden en aan die associatie ontkom je eigenlijk niet. Je ziet dan in de aarde verzonken vrouwen die de blik over het hooiland laten gaan en de villa met de boomschermen naar zich toe trekken. Hooiland, inderdaad, als Wolfslaar geen park zou zijn. Maar deze beelden maken de associatie sterker dan de werkelijkheid. De atmosfeer die eromheen hangt is die van de schilderijen van Jean-Francois Millet, de Franse realist uit de periode 1850-1875 die boerenlandschappen schilderde die een enorme lading en atmosfeer hadden. In de hooimijten van de drie artiesten die onder de naam Patchwork schuilgaan zie je de boerenvrouwen die voorover gebukt de aren rapen die achter de maaiers zijn blijven liggen. Deze beeldengroep lijkt zozeer met deze plek, dit landschap, deze geschiedenis verbonden dat ze alleen hier ter plekke volledig waarneembaar is. Geen foto is in staat om dit uitzicht en deze visie op ruimte en geschiedenis weer te geven. Zoveel minder valt er te zeggen voor het "beeld" van Dre Wapenaar (1961). Bezijden het drassige grasland, met uitzicht op de kleine vijver heeft hij een grote bungalowtent neergezet. De omgeving en in het bijzonder de context van een beeldententoonstelling maakt een object tot kunst. Een paar kilometer verderop neergezet, op een echte camping bij voorbeeld, is het een tent en niets meer. Hier overigens ook niet, maar de omgeving dwingt je met andere ogen te kijken. Zonder dat je echt iets meer ziet. Het enige wat je zeker weet, is dat deze plek niet is wat die even lijkt te zijn: een camping. Van het parklandschap word je je eens te meer bewust. Wolfslaar volgens Bach Beelden die zo ingaan op de omgeving, het park, maken dat je het gewone ineens als iets bijzonders gaat zien. Dat is een van de aardige, bijkomende aspecten van zo'n manifestatie. Op zoek naar de her en der verscholen beelden wordt je aandacht zo maar in beslag genomen door het spoor van tekens die het snel stromende water op de zanderige bodem hebben nagelaten. De installatie van de Belg Piet Stockmans (1940) moet het tegen die omgeving opnemen en dat lukt amper. In een aangrenzende beek, op te grote afstand van de kijker, heeft hij de scherven van witte, porseleinen schalen gedeponeerd. Daarmee doet hij een uitspraak die hem maakt tot een archeoloog van de toekomst maar die vanuit deze plek gedacht niet echt overtuigt. Het bedoelde idee maakt dit beeld zeker niet beter. Hoe veel sensationeler is dan niet de ogenschijnlijk idee-loze observatiepost van Jeroen Doorenweerd (Terneuzen, 1961). Je loopt af op een schuur van gegalvaniseerd ijzeren platen in een houten constructie. Je opent de deur en je staat in een ruimte die naar een kant open is. Achter weet je park Wolfslaar en voor je opent zich een schitterend gezicht op de weilanden en, verderop, de toren van Bavel. Je staat nog in het park, in een stadscultuur die je tevens achter je hebt gelaten en je ziet voor je, geconcentreerd door de veranda van Doorenweerd, het vergezicht van het platteland waar je toch geen deel van uitmaakt. Je bent toeschouwer, overgeleverd aan je eigen gedachten en even waan je je op de eretribune, alleen voor jou gebouwd, met een uitzicht dat alleen jij op dat moment hebt. Je beseft het krankzinnige van de situatie: als je niet in deze observatiepost van Jeroen Doorenweerd gestaan had die je isoleert van de achterliggende omgeving, maar gewoon aan de rand van het bos, dan had je nooit gezien wat je nu ziet. En toch heeft hij niks aan het uitzicht veranderd, alleen aan de omstandigheden die wij kennelijk nodig hebben om te zien. En zo beschouwend word je je ineens bewust van de schitterende muziek die uit een luidsprekertje klinkt. De 6 suites voor cello van J.S.Bach, gespeeld door de virtuoze Pablo Casals, afgewisseld met muziek van de 20e-eeuwse Robert Johnson. Deze bijzondere plek geeft je het gevoel nog nooit de cellomuziek van Bach zo mooi te hebben gehoord, net zo min als je dit Brabantse landschap ooit zo verhevigd hebt waargenomen. Door toedoen van de kunstenaar is het gewone, dat waar je achteloos aan voorbij loopt, een sensatie geworden. De beelden in Wolfslaar, Wolfslaardreef 102 (bus 6 Ypelaar), Breda-Zuid, zijn te zien tot 3 juli