Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
Anne van de Pals en Peter Buggenhout
Bloemen in het fin de siecle
Corry van Heijst
Een Spaans drieluik
Franz West
Galerie De Verbeelding
Hannelore Houdijk en Michiel Verheggen
Hilarius Hofstede
Ilya Kabakov
Jan Roeland
Leon Spilliaert
Lokaal 01
Martin Riebeek
Menashe Kadishman en Job Hansen
Michel Huisman
Prenten uit de Renaissance
Sint Joost
Tytgat







De taal van het onderlichaam De presentaties in Lokaal 01 worden spectaculair aangekondigd: stronttekeningen van Anne van de Pals en darmsculpturen van Peter Buggenhout. Dat klinkt en ruikt naar alles wat we smerig en onaanzienlijk vinden. Stront en darmen als beeldende kunst? De kunst lijkt wel helemaal van god los. Na de 80 miljoen voor Mondriaan kan dit er ook nog wel bij. Maar het is allemaal niet zo nieuw wat er aan de hand is. Niet met de prijzen van de kunst op de internationale markt, niet met de fascinatie van beeldend kunstenaars met de oergrond van het menselijk bestaan. Of men het aangenaam vindt of niet, het onderlichaam hoort daar bij. Het taboe dat daar nog altijd op ligt ten spijt. Maar het taboe is altijd spectaculair en trekt dus aandacht, hoe misleidend dat ook is. Zoals in het geval van Peter Buggenhout en Anne van de Pals. Van de Pals, afkomstig van het Brabantse platteland (Erp) en opgeleid aan de Rijksacademie in Amsterdam, maakt tekeningen en kleine objecten die jong van mentaliteit zijn. Ze hebben het verfrissende van een ontdekkingstocht die begonnen is uit nieuwsgierigheid en uitmondt in verwondering. Haar eigen bestaan is haar uitgangspunt. Haar tekeningen zijn experimenten op papier. Ze tekent, schildert en scheurt. Ze trekt het papieroppervlak soms kapot zoals je door een denkbeeldige geheugengrens heen wilt breken om je diepste wortels te bereiken. Zoals het oppervlak van het lichaam gemasseerd wordt om een dieperliggende spier te raken, zo trekt ze het tekenblad open om haar oorsprong aan te boren. Ze noemt haar tekeningen portretten en dagboekfragmenten; in wezen zijn ze één samenhangend zelfportret dat teruggaat tot de vroegste jeugd. Tot de geur van leven en dood op de ouderlijke boerderij, de geur van biggen die, als de natuur het niet zelf kan, uit de tevergeefs barende zeug moeten worden getrokken. Als kind heeft ze zo aan den lijve het gevecht op leven en dood beleefd en die indringende ervaring roept ze op in haar werk. Op sommige bladen tekent ze direct met haar vingers in stront, dood restmateriaal dat een nieuwe en organische bestemming krijgt. De wetenschap dat ze echte stront gebruikt en geen sepia-inkt die er naar kleur op lijkt, geeft de van nature kwetsbare tekening een rauwe directheid die opmerkelijk is. Er is ook irritatie, en wel om de manier waarop haar tekeningen en objecten hangen in het trappenhuis en de kleine ruimte op de begane grond. De kunstenaar heeft ze zo in de ruimte verdeeld dat ze niet goed te zien zijn. Je moet op je tenen staan, de nek uitsteken, turen en zoeken om dichterbij datgene te komen wat zich als opmerkelijk aandient. Haar tekeningen gaan ver, ze graven en wringen, ze zijn rauw en raspend, kwetsbaar en klein. En toch, als toeschouwer krijg je te weinig kans. Door haar manier van inrichten staat de figuur van Anne van de Pals tussen tekening en beschouwer. Je wordt gehinderd in de wens om een verbinding aan te gaan met wat je denkt te zien. Ze daalt af in haar eigen ingewanden en de natuurlijkheid daarvan wordt verstoord door het teveel aan werk en het tekort aan bereikbaarheid. Wat ze heeft gewild bij het inrichten is iets academisch. Het is een spinsel van de geest die de ervaring van het lichaam in de weg zit. Dat irriteert. Het is eigenlijk curieus om Peter Buggenhout beeldhouwer te noemen. Maar zo is hij opgeleid en zo noemt hij zich zelf. Houwt iemand een beeld die werkt met darmen van paarden en koeien? Bij het woord beeldhouwer denk je aan de klassieke opvatting van het metier. Het tevoorschijn hakken van een voorstelling uit een klomp steen of hout. Het werken met duurzaam materiaal, kortom. Dat pad is al enkele decennia door beeldend kunstenaars verlaten. Waarom moet kunst de tijd trotseren als de mens het niet eens kan? Het is nu heel gewoon geworden om met materiaal uit de vuilnisbak te werken zoals Sarah Lucas of met dode dieren zoals Damien Hirst. In die zin voegt Peter Buggenhout niets nieuws toe aan het programma van de beeldende kunst. Hij gebruikt darmen van paarden en koeien uit het abattoir bij hem uit de buurt in Gent. Hij prepareert het materiaal in zijn atelier dat ontzettend moet stinken, maar daar is hier weinig meer van over. Hij vult de darmen en magen met kapok en glaswol zodat er volume en massa ontstaan en daarmee het begin van een beeld. Zijn beelden hebben een voelbare huid zoals je deze buitenkant kunt noemen die eerst letterlijk binnenkant was. Hij plaatst zijn beelden op klassieke sokkels in een grijs geverfde zaal. Zo krijgt de verbeelding ruime kans. In onze perceptie associëren we zijn beelden met het bekende. Hier denk je een konijn te zien, daar een schildpad. Alsof we er geen genoegen mee kunnen nemen dat een beeld van ingewanden is gemaakt en we er per se iets anders in moeten zien. Wat we in elk geval zien, zijn echte beelden en daar gaat het om. Het lichaam is materiaal geworden in de handen van de zoekende kunstenaar. Dat is de dubbele sensatie in Lokaal 01.