Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
Co Westerik
Jaap de Vries
Johan Lennarts
Karel V
Loek Grootjans
Lokaal 01
Mark Brusse
NBKS
Paul van Dongen







Frits de Coninck Johan Lennarts, een meester van het groen De Beyerd besteedt dit najaar aandacht aan het oeuvre van Johan Lennarts (1932-1991), die je een vergeten schilder uit Brabant zou kunnen noemen. Zijn werk is langzaam uit de belangstelling verdwenen, en niet alleen omdat hij betrekkelijk vroeg stierf. De gang van de waardering in de kunst is soms grillig en vaker onbarmhartig voor individuele kunstenaars. Wie niet meedoet, valt af. De Stichting Lennarts, galerie en kunstenaarscollectief Peninsula in Eindhoven en De Beyerd in Breda hebben de handen ineengeslagen en een schitterende monografie uitgebracht en een tentoonstelling gerealiseerd die zijn werk laat zien dat tussen 1956 en 1991 tot stand is gekomen. In de schaduw van wat zich elders, verder weg in de kunstwereld van met name de jaren ‘60 en ‘70 afspeelde. Het is een bijzondere tentoonstelling die De Beyerd heeft ingericht. Er hangen schilderijen, tekeningen, grafiek, teksten, collages, assemblages die bij elkaar een representatief beeld geven van het kunstenaarschap van de bijna vergeten Lennarts en tegelijk ontwikkelingen zichtbaar maken die zich in de kunst van na de oorlog hebben voorgedaan. Het is voor het eerst dat het werk van Lennarts grondig geselecteerd is en in samenhang wordt getoond. Zo komt een oeuvre in beeld, in tijd en inhoud verbonden. Zo veel jaar na dato is het goed mogelijk om rijp en groen te onderscheiden en de dingen een nieuwe betekenis te geven. Het is de organisatie van een tentoonstelling die mede de waarneming en dus de waardering van een kunstenaar bepaalt. Fragmenten en herinneringen worden hier samengevoegd en schuiven ineen. Zo wordt het kunstenaarschap gereconstrueerd. In het geval van Johan Lennarts is dat te meer belangrijk omdat hij zijn persoonlijke bestaan zo achter zijn werk verborgen heeft gehouden. Alsof hij alleen maar zijn buitenwereld heeft willen schilderen om de aandacht voor zichzelf zo ver mogelijk buiten beeld te laten. In zijn eigen woorden: 'Ik schilder geen hooimijt, ik ben een hooimijt.' Lennarts is zijn schildersleven lang blijven werken binnen de beslotenheid van het Eindhovense kunstenaarsmilieu en later, afgezonderd, in Frankrijk. Typisch is de grote waardering die hij ondervond van andere kunstenaars, een paar collectioneurs en enkele museummensen. Het is met name Edy de Wilde geweest, toentertijd directeur van het Van Abbe in Eindhoven, die hem namens het museum in het vizier had. Van Abbe heeft ook werk van hem gekocht. Collega-kunstenaars hechten niet zo veel belang aan wat niet gelukt is: hen treffen de dingen die raak zijn, die op hun plaats gezet worden zoals geen ander dat kan. Zo zagen de collega’s ook Lennarts. Als een hommage aan hem is er een nevenexpositie ingericht van werk van Brabantse tijdgenoten van hem als Gustave Asselbergs, Johan Claassen, JCJ Vanderheyden, Theo Kuypers, Gerrit van Bakel. Even belangrijk is het misschien dat deze tentoonstelling de tijd tussen 1956 en 1991 in beeld brengt waarin dit werk is gemaakt, als reactie op en onder invloed van. Wat duidelijk wordt, is het worstelen met de veranderingen die zich in het bijzonder in de jaren zestig en zeventig voltrokken in het beeldende-kunstklimaat. En die veranderingen waren ingrijpend. De tentoonstelling begint met de vroegste tekeningen die talent laten zien. Fantasievol, hier en daar bizar maar vooral trefzeker, vooral waar ze de stemming van een situatie proberen vast te leggen. Vervolgens komt de carrière in zicht die een niet aflatende poging is om zich te verhouden tot enerzijds de eigen buitenwereld en anderzijds de kunstgeschiedenis van de eigen tijd. In het werk van Lennarts, ontstaan in het toen provinciale Eindhoven, in ieder geval ver van het toonzettende Amsterdam, zijn de vele en ingrijpende ontwikkelingen zichtbaar in de beeldende kunst van die tijd, jaren van turbulentie. Nooit eerder stond zo sterk de positie van het kunstenaarschap en dus ook van de kunst onder maatschappelijke druk. Een druk die de kunstenaars veelal zelf veroorzaakten. Lennarts deed er driftig aan mee. Het waren de jaren dat in het landschap van de Europese kunst een andere, Amerikaanse wind ging waaien. De Europese traditie, ook die van na de oorlog, was er een die de nadruk legde op de individuele daad van het schilderen, in een poging een persoonlijke verhouding tot de werkelijkheid aan te gaan. Schilderen was de omweg en de nuance die uiteindelijk voerde naar het eigen ik. En het kunstenaarschap was nog altijd een vorm van profetie. De Amerikaanse kunst was veel minder binnenwaarts gericht. Ze bleek zich heel doelbewust aan te sluiten bij de Dada-traditie, met aandacht voor het alledaagse, de ready-made, het uitvergrote ding. Denk maar aan de popart. Het formaat werd door de Amerikanen sterk opgeblazen, en kunst wordt meer en meer conceptueel waarbij het idee erachter belangrijker is dan de daad van het kunst maken zelf. Dat leidt tot het (tijdelijk) dood verklaren van het schilderij. Beide temperamenten, de Europese en de Amerikaanse, herken je in het werk van Lennarts. Hij schildert met een impressionistische inslag, gericht op het zien, en het gezien worden. Zijn verfstreek is los. Het vlak wordt opgebouwd vanuit die losse toetsen die op het doek of karton een optisch effect opleveren. Het geschilderde oppervlak is daardoor blijvend veranderlijk, het tintelt en wringt, het stroomt en verglijdt. En daarnaast zie je in dat oeuvre die ingrepen vanuit een andere kunstopvatting. Het schilderij is niet meer vanzelfsprekend. In 1975 schildert hij een landschap met tekst. Met krijt schrijft hij bovenaan op het tekenpapier drie keer het woord blauw, links in het vlak en verticaal het woord rood en onderaan vier keer groen. Hij onderzoekt zoals elke kunstenaar in de jaren ‘70 de grenzen van de schilderkunst. 'Waar begint op een vlak de schildering en waar eindigt die?' In al zijn pogen en geworstel blijft Lennarts hoe dan ook Lennarts, de meester van het groen. Het oeuvre van Johan Lennarts heeft De Beyerd voor even getransformeerd in een zee van groen. Groen is het landschap, groen is zijn wereld. Johan Lennarts, overzichtstentoonstelling 1956-1991 in De Beyerd, Boschstraat 22, Breda. Open di t/m vr van 10 tot 5 uur, za en zo van 1 tot 5 uur. De tentoonstelling duurt tot 8 november.