Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
Co Westerik
Jaap de Vries
Johan Lennarts
Karel V
Loek Grootjans
Lokaal 01
Mark Brusse
NBKS
Paul van Dongen







HET TIJDSCHRIFT IN LOKAAL 01 In februari 1994 verscheen het eerste nummer van Het Tijdschrift. Het was een uitgave voor en door kunstenaars en bereikte bijgevolg nooit een groot publiek. De oplage van het gelegenheidsblad heeft altijd rond de 75 exemplaren geschommeld. Het was een initiatief van de Bredase beeldend kunstenaar Piet Vloemans die aanvankelijk werd bijgestaan door Marc Nagtzaam, ook uit Breda. Het Tijdschrift bestaat nog steeds. Ter gelegenheid van het eerste lustrum vindt er een eenmalig samenwerkingsverband plaats met Lokaal 01 dat als een soort van gastheer fungeert. In Lokaal 01 hangt van elke kunstenaar werk die een uitgave van Het Tijdschrift voor haar of zijn rekening heeft genomen. Dat zijn er 19. Als een historisch overzicht liggen in een zijzaaltje van Lokaal 01 alle 19 uitgaven bij elkaar, elk nummer in een eigen, aparte lade uit een zoveelste hands meubelstuk. Elk nummer een eigen eenvoudige vormgeving en een eigen beeldinhoud die volledig voor rekening van de betreffende kunstenaar is. De uitgaven worden financieel mede mogelijk gemaakt door bijdragen van de gemeente Breda. Een geval van kunst per post voor een kleine kring van ingewijden. Kunst in de vorm van een tijdschrift, dat is een getuigenis uit het laboratorium, een bericht voor ingewijden. Het medium van een tijdschrift in kleine oplage is beperkt en beschermd, wat kans biedt op experiment en vingeroefening. Een tentoonstelling is noodgedwongen veel minder vrijblijvend en niet alleen omdat het publieke bereik normaal gesproken veel groter is. Schetsen in een klein blad werkt anders dan beeldend werk tonen in een grote ruimte. Dat blijkt ook hier. Werk van 19 verschillende individuen zijn bij elkaar onder één dak gebracht. Het enige wat de kunstenaars gemeen hebben, is dat ze in de afgelopen vijf jaar een uitgave van Het Tijdschrift gevuld hebben. Dat is te weinig om een tentoonstelling met samenhang te realiseren. Dat is geen uitspraak over de individuele kwaliteiten, wel over het toevallige verband waarin de kunstwerken van zo verschillende signatuur elkaar treffen. Het zijn allemaal losse dingen aan de wand of op de vloer. Eigenlijk geheel tegen de natuur van Lokaal 01 in. Het is wennen om een conventionele expositie in Lokaal 01 te zien. Hier verwacht je beeldende kunst als een installatie die nauw met het gebouw verbonden is. Kunst vanuit een concept, kunst vanuit een mentaliteit, als het moet met vergaande ingrepen in het gebouw zelf. Wat er nu hangt en staat, is braaf, keurig op zijn plaats, soms zelfs heel klassiek ingelijst. Maar de dingen hebben met elkaar inhoudelijk en mentaal zo weinig te maken, dat ze elkaar in de weg zitten. Het gevolg van die verscheidenheid is een neutrale stilte, een pas op de plaats en vooral een gebrek aan interactie tussen de kijker die beleving zoekt en de getoonde kunst. Wie erin slaagt om de omgeving even weg te denken, ziet hier en daar interessante dingen. De tafel met 'Assoziative Wortkörper' van Mark Manders en Roger Willems bij voorbeeld. Stapels met klassiek uitgegeven boeken, bevattende Duitse woordassociaties, elke pagina een reeks. Juist zo’n doorgenummerde reeks boeken imponeert, vooral omdat het over taal gaat. Een schatkamer van woord en associatie die eindeloos van omvang is, terwijl de uiterlijke vorm van die reeks keurige boeken juist eindigheid en controle suggereert. Een rustpunt in de grote bovenzaal waar het oog weinig rust krijgt. Temidden van alle bontheid en toevalligheid vallen de tekeningen van Marc Nagtzaam op, vooral door hun teruggetrokkenheid. In die zin zijn het superieure tekeningen: stil, geconcentreerd en intiem. Ze lijken in zich zelf gekeerd, zo zonder enige zichtbare voorstelling. Ze lijken gestuurd door een hand die alleen maar wil tekenen en een oog dat vooral binnenwaarts kijkt. Nagtzaam bouwt een tekening op vanuit het materiaal dat hij gebruikt: het papier, het potlood, het kleine penseel. Dat levert stemmingsbeelden op klein formaat op die de aandacht van de kijker opzuigen. Hoe ingetogen ze ook zijn, je kunt er niet langsheen, zeker niet in deze omgeving. In de benedenzaal overheerst een formeel soort helderheid die de dingen in ieder geval op hun plaats houdt. Beelden en installaties van Paul Panhuysen en Gerard Koek die duidelijk van vorm en betekenis zijn, foto’s van Noor de Rooy en Marjan Driessen die juist door hun gestolde kleur een statement zijn. Bij het werk van Pieter van Unen ontkom je er niet aan om het werk ook ironisch te begrijpen. Een van zijn twee installaties is een omkering van de museale werkelijkheid. Hier hangt hoog aan de muur een lege kartonnen doos, daar waar normaal gedacht een schilderij hangt. Daarvoor staat een dunne houten paal die de doos op zijn plaats lijkt te houden. Lijkt, want de doos heeft de steun van de paal helemaal niet nodig. Op de vloer ruim voor de paal staat een aluminium dranghek, alsof er een mensenmassa op afstand gehouden moet worden. Waar voor een belangrijk schilderij in een museum een denkbeeldige veiligheidsruimte wordt geschapen door een enkele lijn op de vloer of het wakend oog van een suppoost, staat hier een zwaar dranghek een werkelijke ruimte af te scheiden om niks. De omkering van idee en werkelijkheid, een uitgelezen domein van de beeldende kunst. Jammer dat er wat dat betreft niet meer te beleven valt in Het Tijdschrift. Het Lokaal - Het Tijdschrift tot 1 november in Lokaal 01, Kloosterlaan 138, Breda. Open donderdag t/m zondag van 1 tot 5 uur.