Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
Ab van Hanegem
Desorientierung des Blickes
Figuratieve kunst
Fotografie in de 19e eeuw
Francis Bacon
Gerrit Benner
Jan Andriesse
Jan Fabre
Kunst op de Koekoek
Kunstleer
Kunstuitleen
Lokaal 01
Martin van Vreden







Weinig verrassende tendensen in de Oostenrijkse kunst Een merkwaardig misverstand. Juist wanneer de Beyerd de internationale tendensen wil laten zien in de hedendaagse Oostenrijkse kunst, wordt de blik op Oostenrijk vervuild door politieke troebelen. Alsof hedendaagse kunst en het bloed-en-bodem-nationalisme van Haider iets met elkaar te maken hebben. Het geval wil daarbij dat het in De Beyerd om kunstenaars gaat die een oeuvre hebben van al meer dan 20 jaar oud en dat sommigen zelfs al lang niet meer in Oostenrijk wonen en werken. De media-hype rond de politieke actualiteit in Oostenrijk is zelfs zo dwingend dat de forumdiscussie die voor vrijdag 24 maart op de agenda stond, afgelast is. Ter discussie zou komen de verandering van onze waarneming van tijd en ruimte onder invloed van de nieuwste communicatietechnologie. Dat is ook waar deze tentoonstelling over gaat, in het bijzonder over de verschuiving van onze blik op de beeldende kunst. De deelnemende kunstenaars voelen er evenwel weinig voor om steeds maar in verband gebracht te worden met een politiek verschijnsel waar hun kunst buiten staat. Of om vereenzelvigd te worden met eng nationalisme en vreemdelingenhaat. Wat een kunstdebat zou moeten worden, dreigde zo een politiek debat te worden en is daarom afgelast. De tentoonstelling, en natuurlijk de deelnemende kunstenaars, heeft er onder te lijden. Dat is spijtig. Kunst heeft natuurlijk een maatschappelijke context zonder een partijpolitiek belang te dienen, maar verdient het ook om op eigen autonome gronden beoordeeld te worden. Een eerste vaststelling is dat wat in de Oostenrijkse kunst van nu gebeurt, aansluit bij wat ook overal elders gebeurt, of vaak al gebeurd is. Wat je nu in De Beyerd ziet, is in dat opzicht weinig verrassend. Het is technisch bijna allemaal perfect. Goed afgewerkt, goed georganiseerd, goed overdacht. Dat maakt het eigenlijk ook wat koel en afstandelijk. Opvallend is overigens dat video-kunst op deze tentoonstelling helemaal ontbreekt. De installatie van Marc Mer 'Derrière Robbe-Grillet etc.' blinkt uit in organisatie en keurigheid. Ook al doet de beschrijving anders vermoeden. De vloer van de zaal is gevuld met afwisselend houten pallets en open plekken. In die open ruimtes zien we een foto uit een magazine, gebroken glas en een kei, kennelijk de veroorzaker van de breuk. Wat ligt er meer voor de hand dan dit landschap te associëren met woede en destructie? Maar de brokstukken hebben niks toevalligs of verwoestends, niks van vernietiging of van geweld, maar zijn een vrucht van organisatie en bedenksel. Het is als een gedicht dat de wanhoop en de chaos wil bezingen in keurig nette taal en een kloppend metrum en ritme. Je loopt over de installatie heen, maar je blijft buitenstaander. Net als met 'Coitus by mere coincidence' van dezelfde Marc Mer. Een lange, lage spiegel op de grond met daarop een wasrek met pornofoto’s en verder drie lange kasten waar blote foto’s op liggen en teksten, een strijkplank om verkreukelde pornofoto’s weer glad te strijken en krantenpagina’s. De foto’s boven de spiegel weerspiegelen zichzelf maar niet de kijker, tenzij die zich letterlijk boven de spiegelbaan gaat hangen. De porno lijkt iets van ons te zijn, van onze cultuur en de spiegel zou een voor de hand liggend middel moeten zijn om die identiteit te benadrukken. Maar te spiegelen valt er weinig, te reflecteren ook niet. De installatie is te keurig. Een exposé van iemand die zijn klassieken kent. De filosofie van Peter Sloterdijk, teksten van Arthur Schnitzler, beide producten uit het Duitse taalgebied. De naakten van Balthus en Schiele en uiteraard de onvermijdelijke verwijzing naar Marcel Duchamp. Natuurlijk is de ontwrichting van de kunstbeschouwer in de twintigste eeuwse kunst begonnen bij Duchamp. Reden dus om het eens een keer niet daarover te hebben, als het gaat over de 'Desorientierung des Blickes', zoals de titel van de tentoonstelling luidt. In de kunst van nu zorgt de opvatting van Duchamp niet meer voor desorientering, eerder voor bevestiging. Een beter referentiepunt dan de huidige politieke woelingen, is de tentoonstelling van een van de invloedrijkste nog levende kunstenaars uit Oostenrijk. Van Arnulf Rainer bedoel ik, van wie op het ogenblik een grote tentoonstelling is in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Waar die in de jaren ’70 bekend was om zijn Übermalungen, zelfportretten waar hij wild en expressief overheen schilderde, zien we in zijn latere werk een neiging naar het onpersoonlijke. Alsof hij zich meer en meer verbergt achter zijn techniek. Hetzelfde gevoel heb je in deze tentoonstelling. Werk dat technisch in orde is, maar waarin je noch door de persoon van de kunstenaar op het verkeerde been wordt gezet, noch door een verschuiving van tijd en ruimte. De kunst dwingt te weinig tot interactie. De catalogus die bij de tentoonstelling wordt uitgegeven doet dat eigenlijk veel meer. Die plaatst de werken in een veel duidelijker context. Zodanig zelfs dat het werk van Peter Kogler daar interessanter is dan in werkelijkheid van de tentoonstelling. Het beeld van een buizenstelsel in zwart-wit is via projectie omgezet in een vloerkleed. Zo op de grond werkt het eerder decoratief dan ruimtelijk. De zolder is het meest interessante deel. Daar hangen kleine, intieme schilderijen van Klaus Bartl. Juist daar werkt het idee van de desoriëntering van de blik het sterkst. Op een zuiver schilderkunstige manier en eigentijds. Hij heeft mooie doeken van hetzelfde kleine formaat geschilderd: architectuur, constructie, landschap, geometrische patronen, fantasiebeelden. De ruimtes lijken groot en worden tegelijkertijd beperkt doordat Bartl als het ware een subtiel witte voile van verf over het beeld gehangen heeft. Alsof we naar een tv-scherm kijken met een lichte storing, of naar een overbelichte foto. Je ziet het en je ziet het net niet. Die Desorientierung des Blickes; internationale tendensen in de hedendaagse Oostenrijkse kunst. Te zien in De Beyerd, Boschstraat 22, breda, tot 25 april. Open di t/m vr van 10 tot 5 uur; za en zo van 1 tot 5 uur. Op maandag gesloten.