Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
Ab van Hanegem
Desorientierung des Blickes
Figuratieve kunst
Fotografie in de 19e eeuw
Francis Bacon
Gerrit Benner
Jan Andriesse
Jan Fabre
Kunst op de Koekoek
Kunstleer
Kunstuitleen
Lokaal 01
Martin van Vreden







De Zuid-Nederlandse kunstuitleencentra kopen in Op dinsdag 17 oktober gaan de Zuid-Nederlandes artotheken massaal shoppen. Met een beurs die gevuld is door de uitleengelden, de inkomsten uit verkoop en geld dat afkomstig is van de subsidiegevers kopen ze kunst in van Nederlandse, nu levende beeldend kunstenaars. Voor de tweede keer gebeurt dat centraal op één plek, op één dag. Dit keer in Etten-Leur in De Nobelaer waar ongeveer 200 kunstenaars uit het hele land zo’n 2000 kunstwerken inbrengen. En waar negen kunstuitleencentra uit Limburg, Zeeland en Noord-Brabant datgene kunnen inkopen waar ze hun klanten mee willen gerieven. De klanten dat zijn de particuliere abonnees, maar ook bedrijven die hun kantoren willen aankleden met moderne kunst. In Breda zijn dat 1250 particulieren die voor f 84 per jaar een werk van onbeperkte waarde of twee werken met een waarde tot f 1.500 een tijdlang in huis mogen hebben. Verder telt de artotheek, gevestigd naast De Beyerd in de Boschstraat, nog zo’n 160 bedrijven en waren er in 1999 een 12.000 bezoekers. Dat zijn dan vooral mensen die een tentoonstelling komen bezoeken, werk komen ruilen etc. Met dat aantal abonnees behoort Breda tot de grotere artotheken. Etten-Leur en Oosterhout behoren tot de kleinere uitleencentra. Roosendaal en Bergen op Zoom die gezamenlijk een artotheek voeren, vallen op door hun grote abonneebestand terwijl de collectie relatief klein is. De lage drempel die het fenomeen kunstuitleen juist onderscheidt in het totale kunstbedrijf, werkt daar kennelijk nog beter dan elders. Sinds twee jaar hebben de Zuid-Nederlandse artotheken hun krachten dus gebundeld. Gezamenlijk inkopen betekent verdeling van kosten en werkzaamheden als administratie, publiciteit en coördinatie. Maar bovenal zijn ze samen een belangrijke speler op de kunstmarkt. Vorig jaar hadden ze f 400.000 te besteden, dit jaar waarschijnlijk iets meer. Breda als grotere participant heeft in het jaar 2000 een aankoopbudget van f 100.000, de kleinste artotheek nog altijd f 30.000. Ook voor de beeldend kunstenaars is zo’n gezamenlijke aankoopronde op een plek en op een dag aantrekkelijk. De voorselectie vindt weliswaar plaats op grond van ingezonden documentatie, op zo’n dag zelf komen de kunstenaars die de eerste schifting hebben doorstaan uit het hele land om hun werk in werkelijkheid te tonen. Dat betekent meestal veel gereis en gedoe met een kans op teleurstelling. Eén presentatie voor negen kunstuitleencentra bespaart in elk geval acht keer reizen. Wordt er wel gunstig geoordeeld en wil een van de centra werk van een kunstenaar in de collectie, dan beslist men over huur of de voor de kunstenaar meer lucratieve aankoop. Wie beoordeelt de kwaliteit van al die kunstwerken, in dit geval in totaal 2000 ? Wie beheert die portemonnee die gevuld is met publiek geld? Oftewel wie bepaalt wat de klant in zijn eigen woonomgeving mag hangen of plaatsen? Elke artotheek heeft daarvoor een commissie van mensen die in de praktijk van het kunstbedrijf werkzaam zijn. Voor Breda zijn dat op dit moment Loek Grootjans en George Meertens, beiden beeldend kunstenaars, maar dat is niet noodzakelijk zo. Het derde lid en tevens voorzitter is Charlotte van Lingen, hoofd van de artotheek Breda en werkend onder de uiteindelijke verantwoordelijkheid van Frank Tiesing, directeur van De Beyerd. Op de grote aankoopdag zijn de negen artotheken dus vertegenwoordigd door in totaal 27 mensen die de kunst kunnen kopen. Belangrijk is dat de leden van zo’n commissie op de hoogte zijn van de ontwikkelingen in de beeldende kunst, dat ze een eigen visie hebben en belangrijker nog dat ze zo’n visie helder en kritisch onder woorden kunnen brengen. Ze hebben een belangrijke sociaal-culturele taak, in die zin dat ze de keuze van de klanten sturen en dat hun besluit om wel of niet aan te kopen gevolgen heeft voor het inkomen van, in dit geval, hun collega’s. Dat is schaatsen op glad ijs. Voor het hoofd van de artotheek die altijd qualitate qua zitting zal hebben in de selectiecommissie, komt daar nog iets bij. Zij (in het Bredase geval) zal altijd invloed proberen uit te oefenen teneinde de collectie uit te bouwen en tegelijk werk te verwerven dat klantviendelijk is. De klant spreekt misschien wel het belangrijkste oordeel uit: die beslist wat uiteindelijk in de woonkamer komt. En aan de balie van de artotheek wordt dat oordeel uitgesproken. Het aardige van de kunstuitleen is, en elk centrum kan dat verhaal vertellen, dat veel klanten groeien in hun smaak. Juist door kunst dagelijks om je heen te hebben, leer je ernaar te kijken en ontwikkelt je smaak zich. Kunst lenen blijkt een sympathiek avontuur te zijn dat je voor weinig geld kunt aangaan. Met de collectie is eigenlijk iets bijzonders aan de hand. Elke artotheek zal schermen met de kwaliteit van de collectie en trots zijn op de speerpunten daarin. Voor Breda zijn dat Marc Nagtzaam, Jaap de Vries, Ton Slits, Lily van der Stokke, Koen Vermeule en Fons Haagmans. Belangrijke eigentijdse kunstenaars wier werk te leen maar ook te koop is, en wel voor bedragen die meestal niet meegegroeid zijn met de marktontwikkeling. Maar het begrip collectie is eigenlijk een fictie. De collectie bestaat voornamelijk op papier. Kunstwerken die samen een collectie vormen zijn ergens te zien en hebben een samenhang die mede hun betekenis en dus de meerwaarde bepaalt. Een kunstuitleen die een collectie kan laten zien, doet iets niet goed. Als het wel goed gaat, zoals in de artotheken van West-Brabant, dan zijn de werken juist niet te zien omdat ze een weg gevonden hebben naar de beslotenheid van de particuliere woning of het bedrijfskantoor.