Archief Frits de Coninck
199319941995199619971998199920002001
Ab van Hanegem
Desorientierung des Blickes
Figuratieve kunst
Fotografie in de 19e eeuw
Francis Bacon
Gerrit Benner
Jan Andriesse
Jan Fabre
Kunst op de Koekoek
Kunstleer
Kunstuitleen
Lokaal 01
Martin van Vreden







Frits de Coninck Aspecten van eigentijdse beeldhouwkunst Lokaal 01 is voor de gelegenheid ingericht als een altaar voor de beeldhouwkunst. Geen virtuele beelden, geen vluchtige video-installaties, maar beelden met de hand gemaakt, van bestaand materiaal, zichtbaar, voelbaar en vooral aanwezig in de ruimte. Het ijkpunt van de presentatie zijn twee beelden van Carel Visser, de peetvader van de eigentijdse beeldhouwkunst. Daarnaast werk van een aantal jonge kunstenaars die door de lessen van Carel Visser mede gevormd zijn. Dat zijn het duo Liet Heringa/Maarten van Kalsbeek, Theo Schepens en Hendrik-Jan Hunnenman.De zesde beeldhouwer, Tom Claassen, heeft zich buiten de directe invloedssfeer van Visser ontwikkeld. Het is bijzonder om te zien dat juist zijn werk zich volledig op eigen kracht kan meten met dat van Carel Visser. In de grote zaal beneden staan de twee kleine beelden van Visser, aan de achterkant omstuwd door de monumentale houten mensbeelden van Tom Claassen en voorafgegaan door de intieme beeldengroep van Heringa/Kalsbeek. Zo bij elkaar zou je dat al kunnen zien als een ontmoeting van tegendelen die samen maar wel op verschillende manieren kwaliteiten van de beeldhouwkunst aan de orde stellen. Carel Vissers 'Grondcello' is samengesteld uit materialen die niet alleen divers zijn, maar ook eerder gebruik verraden. Visser ziet altijd een beeld in materiaal. Dat is het meest realistische vertrekpunt dat de kunstenaar zich kan kiezen. Uitgaan van wat er is, wat het zoekend oog vindt om te transformeren tot het beeld. Bij hem trekt het materiaal zo nadrukkelijk de aandacht dat het lijkt alsof het onderwerp altijd pas daarna komt. Grondcello lijkt op een muziekinstrument, het staat op pootjes alsof het elk moment weg kan wandelen maar voor alles wat je er nog meer over kunt opmerken is het allereerst een beeld. Hij heeft uit hout dat sporen van eerder gebruik toont, een vorm gezaagd lijkt op een snaarinstrument. Die vorm is vervat in een ijzeren band en staat op vier dunne pootjes op de vloer. De horizontaliteit wordt benadrukt door een roestige ijzeren kam die haaks op het hout staat. En daaroverheen heeft hij leren koorden gespannen van hoek naar hoek. Zoals altijd in de beschouwing van kunst doet zich hier het probleem van benoeming voor. Als je die koorden aanduidt als snaren, bevestig je de inhoudelijke verwijzing van de titel en is het beeld een overigens onbespeelbaar muziekinstrument. Maar door de koorden te zien als smalle touwen van leer, maak je het oog vrij voor de meer beeldende functie en zie je dat die koorden de zwaarte van het dikke blok hout opheffen en de verschillende delen met elkaar verbinden. Horizontaal en verticaal worden zo samengebracht. Zo ontstaat ruimte in het beeld. De pootjes tillen het beeld van de grond, onttrekken het als het ware aan de zwaartekracht en wekken het idee dat het elk moment kan weglopen, weg van de overweldigende nabijheid van de houten reuzen van Tom Claassen. Wat Tom Claassen hier laat zien is indrukwekkend en tegelijk van een natuurlijk soort vanzelfsprekendheid. Weer slaagt hij erin om de relatie tussen massa, volume en vorm onder spanning te zetten. Of hij maakt dat wat in onze beleving groot is (een auto of een bos), klein door het in materiaal uit te voeren dat de massa onderwerpt aan de vorm. Of hij blaast een vorm op door de keuze van materiaal die het kleine tot reusachtige proportie uitvergroot. Dat laatste heeft hij gedaan voor deze tentoonstelling. Op de vloer van de grote zaal liggen twee mensgestaltes van hout. Geabstraheerde gedaantes, geslachtloos, bewegingloos liggend op de rug. Vorm en volume zijn volkomen tegenovergesteld. Kop, romp, armen en benen zijn verbeeld door zes stukken boomstam, van verschillende soort en ouderdom. Het gigantische blok dat de romp voorstelt, is aan de omvang te zien van aanmerkelijke ouderdom. Voor de armen en benen heeft hij stammen overlangs gehalveerd en langs en onder de romp gelegd, op die manier de massa omzettend in een vorm die het idee van beweging oproept. Dit beeld zet de ondraaglijke zwaarte van het massieve hout, gevonden ergens bij Chaam, om in de lichtheid van een idee. Tom Claassen heeft de kwaliteit om in elke massa een volume te zien dat de verbeelding op gang brengt. Dat maakt al zijn beelden tot uitgesproken fysieke ervaringen. Heringa en Kalsbeek hebben een soort offerande ingericht. Kleine bronzen beeldjes op de grond, overladen met honingraat, echte bramen en bloemen. Het is een amorfe voorstelling die enerzijds een verhaal lijkt te willen vertellen en anderzijds verwarring schept door de verbinding van aan elkaar vreemde materialen. Door de ingreep in het gebouw van Lokaal01 van Hendrik-Jan Hunnenman krijgt de beeldengroep een merkwaardige relatie met de omgeving. Hunnenman heeft door het plafond heen een vierkante, houten schacht aangebracht die verdieping en begane grond direct verbindt. De schacht komt uit boven de beelden van Heringa.Kalsbeek en gaat op de eerste verdieping over in een constructie die een groot deel van de vloer beslaat en zo een podium wordt voor de kleine, roestvrij stalen beeldjes van Theo Schepens. Voor de kijker staan die beeldjes op ooghoogte zodat ze groter lijken dan ze zijn. Maar als je het podium van Hunnenman opgaat dat circa een meter boven vloerniveau staat, dan verandert de schaal ingrijpend: de mens wordt een reus en het beeld schrompelt ineen. Precies het omgekeerde van wat zich een verdieping lager in het werk van Tom Claassen afspeelt.